(024) 324 36 53 info@qvuitgeverij.nl

Nederlandse huurlingen door de eeuwen heen

Rende van de Kamp (50),  een gewezen huurling  uit het Franse Vreemdelingenlegioen, maakte actie mee in verschillende oorlogsgebieden.  Eerder schreef hij daar een boek over, ‘Onder vreemde vlag’ geheten. Het schrijven zit de voormalig legionair kennelijk in het bloed, want onlangs verscheen van zijn hand een fascinerend tweedelig boekwerk over Nederlanders die vochten in buitenlandse legers. Panorama sprak met de schrijvende huurling.   

Door Clifford Cremer  Panorama.

U schrijft over Nederlandse huurlingen en avonturiers, maar u hebt zelf ook niet bepaald een alledaags leven achter de rug… 

Klopt, ik zat eind jaren zeventig bij de Landmacht in Seedorf. Toen er vrijwilligers voor Unifil in Libanon werden gevraagd, was ik er als de kippen bij om me aan te melden. Het beviel me in Libanon prima, ik vond het een waanzinnig avontuur. Toen daar een eind aan kwam kon ik m’n draai niet meer goed vinden in Nederland en ik heb me toen gemeld als vrijwilliger in Zuid-Libanon, bij een christelijke militie. Dat waren eigenlijk de eerste stappen die ik deed als huurling. Na zes maanden ging ik weer terug en werd ik weer bij de Landmacht aangenomen. Ik heb toen een tijdje in de Sinaï-woestijn gezeten met de VN-troepen. Maar dat beviel me niet, ik heb toen mijn spulletjes gepakt en ben naar het Franse Vreemdelingenlegioen afgereisd. Daar had ik een fantastische tijd.

Kwam u daar meer Nederlanders tegen?

Ja, maar niet zoveel. De meeste Nederlanders die er zaten waren eigenlijk sukkels die zich alleen maar aanmeldden om later in Nederland te kunnen zeggen dat ze bij het Legioen hebben gediend. Na een paar maanden deserteerden de meesten weer. Die konden niet met de stricte discipline  omgaan, of het was gewoon te zwaar voor ze.

Hoe vergelijkt u uw tijd in het Nederlandse leger met uw tijd bij het Legioen?

Ik moet eerlijk zeggen dat het Nederlandse dienstplichtige leger best professioneel was. Er was een goede infanterie- en cavalerieopleiding, en vaak wonnen wij militaire kampioenschappen van Amerikanen en Duitsers. Maar waar ik slecht tegen kon was het gezeik van de militaire vakbonden, de soldaten met lang haar en zo.. Er zaten veel mensen die eigenlijk totaal niet geïnteresseerd waren in het leger. Ik was wél geïnteresseerd en ging daarom naar het Vreemdelingenlegioen, daar ben je 100%  soldaat.  

Waarom heeft u niet de rest van uw leven doorgebracht in het Legioen?  

Dat had ik kunnen doen, maar dat was toch een brug te ver. Ik wilde vooral oorlog meemaken, echte actie, en niet alleen maar oefenen en trainen voor een oorlog die nooit komt. Toen de eerste Golf-oorlog uitbrak heb ik hemel en aarde bewogen om uitgezonden te worden naar dat gebied, maar het lukte niet. In plaats daarvan werd ik instructeur. Toen de oorlog in voormalig Joegoslavië uitbrak ben ik dan ook gedeserteerd en heb ik me daar gemeld als oorlogsvrijwilliger. In Kroatië maakte ik eindelijk de echte harde oorlog mee waar ik al m’n hele leven zo naar verlangde..

Waar komt uw fascinatie voor huurlingen eigenlijk vandaan?  

Als kind had ik altijd al een fascinatie voor het leger, zoals de meeste jonge jongens. Ik zag op tv  beelden van Britse huurlingen die in Angola of Rhodesië gingen vechten, en die beelden hebben me nooit meer losgelaten. Ik heb altijd gedacht: ik moet huursoldaat worden, daar moet ik bij zijn, ik wilde de actie meemaken.

Eerder schreef u een boek over uw tijd als huurling in Kroatië en Bosnië. Nu komt u met een boek over Nederlandse huurlingen door de eeuwen heen. Waarom wilde u dat boek schrijven?

Ik verzamel al heel lang boeken over Nederlanders in vreemde krijgsdienst. Ik vind het fascinerend om te weten waarom mensen voor een ander land willen vechten. Maar in de Nederlandse taal zijn er vrijwel geen boeken over dat onderwerp te vinden. Toen dacht ik: nou, dan moet ik zelf maar eens een boek schrijven. Dat resulteerde in mijn eerste boek Onder vreemde vlag. Maar er waren natuurlijk veel meer verhalen van andere Nederlanders te vinden, en zo is eigenlijk het idee voor Soldaat voor een ander onstaan. Er zijn relatief weinig Nederlanders die ooit huurling zijn geworden. Het leek me leuk om aan het publiek uit te leggen wat voor gradaties er zijn. Want sommigen waren idealist, en anderen gingen juist voor het geld of puur voor het avontuur. Dat wilde ik in kaart brengen.

Had u bepaalde selectiecriteria waaraan men moest voldoen om in uw boek opgenomen te worden? 

Ik wilde gewoon een chronologisch verslag maken van Nederlanders in vreemde krijgsdienst. Dan begin je eigenlijk met de oerstammen die hier vroeger woonden, zoals de Bataven. Dat waren feitelijk huurlingen voor de Romeinse legers, net als de Tubanten en de Friezen. De Romeinen gaven ze de kans om krijger te worden in hun leger. De eerste brieven daarover – in de vorm van beschreven plankjes- , zijn van Bataafse huursoldaten, en daar begint feitelijk de geschiedenis van Nederland. Dan had je Nederlandse kaperkapiteins in het Caraïbische gebied die soms in vreemde krijgsdienst waren. Die hadden dan een vrijbrief van bijvoorbeeld een lokale gouverneur en vormden dus zo hun eigen marine. Bij de Nederlandse Marine had je trouwens ook een regeling waarbij matrozen in vreemde landen gevechstervaring op konden doen. Er werd bijvoorbeeld massaal in Rusland gevochten. Nederlandse soldaten stonden daarbij in hoog aanzien, de Russen hebben daarom zelfs onze nationale driekleur overgenomen, maar dan in een andere volgorde.

Waren er bij de roemruchte Kruistochten ook Nederlanders betrokken?

Ja, daar waren Nederlanders bij, in de buurt van Konstantinopel lag zelfs een hele Friese vloot. Er zijn later ook Friezen aanwezig geweest bij de slag bij Damiate. Ze wilden snel de strijd in, want het werk op het land lag op ze te wachten. Ze vochten als woestelingen, en de stad werd ingenomen. Bij de latere noordelijke Kruistochten in de Baltische landen waren vaak Nederlandse edelen betrokken. Door deel te nemen aan de kruistocht konden die hun schulden afkopen en konden ze toch nog een plekje in de hemel reserveren.  

Wie vind u zelf het meest kleurrijke personage uit uw boeken?

Persoonlijk spreekt me het verhaal van professor dr. Lipschits erg aan. Dat was een joodse onderduiker die zijn hele familie verloor tijdens de Tweede Wereldoorlog die na de oorlog voor Israel is gaan vechten. Ik vind het een mooi verhaal omdat het zo’n keurige man is, helemaal niet het type rouwdouwer dat je eerder zou verwachten.  Een ander mooi verhaal is dat van Lou Custers, een Nederlander die in het Franse Vreemdelingenlegioen vocht in Indochina, Marokko en Algerije. En Ketting Olivier, een Nederlandse commando  die in de jaren zestig in het Amerikaanse leger in Vietnam vocht tegen de Vietcong.  

Hoe vond u al deze bijzondere personen eigenlijk?  

Ten eerste door heel veel te lezen, en dan vooral buitenlandse boeken over dit onderwerp. Voor m’n research heb ik jarenlang geadverteerd op internet en in tijdschriften, en ik heb natuurlijk mijn eigen netwerk. Ik had contact met journalisten die me soms adviseerden om daar of daar eens te zoeken. Al met al ben ik ruim tien jaar bezig geweest om dit boek te kunnen maken.

Heeft  u nog onderscheid gemaakt tussen de idealisten, de avonturiers en de geldwolven?  Ja, maar hoe dan ook: ze horen er allemaal in want het zijn Nederlanders in vreemde krijgsdienst. De enige groep die een beetje ontbreekt zijn de linkse Nederlandse idealisten. Tanja Nijmeijer bijvoorbeeld, die nu met de linkse FARC in Colombia tegen de regering daar vecht. Zij heeft haar lot in handen genomen door naar Colombia te gaan. Als je daar voor kiest, dan heb je gewoon kloten!  Ik ben jarenlang op zoek geweest naar een Nederlander die in het Britse en Canadese leger heeft gezeten tijdens de Eerste Wereldoorlog, maar die ook in het rebellenleger van Pancho Villa in Mexico heeft gevochten. Het zou best kunnen dat die man ooit iets heeft  geschreven over zijn belevenissen daar.  

Bent u veel fantasten tegengekomen tijdens uw research?

Oh ja, zodra je een oproep plaatst op internet komen de randdebielen vanzelf op je af. Een paar mensen bleken achteraf fantasten te zijn. En er waren er ook bij, die eigenlijk liever niets wilden vertellen omdat er anders weer oude trauma’s naar boven kwamen. Maar meestal wilden de mensen die ik opzocht wel meewerken. Lou Custers zei bijvoorbeeld dat hij zelf geen boek kon schrijven en hij was dus blij dat hij zijn verhaal toch kwijt kon.

Wie is het meest fanatieke personage in uw boek?

Haha, zonder twijfel is dat Ketting Olivier, een Nederlandse Indo. Die zijn vaak heel fanatiek, hij is twee keer naar Vietnam geweest waar hij zelfstandig hinderlagen legde voor de Vietcong. Kijk, Ketting Olivier is geboren als krijger en hij heeft zijn missie volbracht. Er zijn mensen geweest die door allerlei omstandigheden in de meest wonderlijke avonturen terecht kwamen, maar er zijn ook mensen die het heel bewust hebben opgezocht. Ketting Olivier is er zo één.

Zijn er eigenlijk Nederlanders die nu als huurling bij de strijd in Irak of  Afghanistan betrokken zijn?  

Ik heb wel gehoord dat er Nederlanders bij sommige security companies zitten, zoals Blackwater. Maar ik heb dat nooit bevestigd gekregen. En het is natuurlijk niet ondenkbaar dat er Nederlanders met een islamitische achtergrond bij de Taliban vechten. Als dat zo is, krijgen we dat heus wel een keer te horen of te lezen. Maar misschien duurt dat alleen 100 jaar, haha..! Soldaat voor een ander – Nederlanders in vreemde krijgsdienst door Rende van de Kamp Uitgeverij Aspekt,  ISBN: 90-5911-844-8 Rende van de Kamp’s website: www.ondervreemdevlag.nl

Enkele personages uit Soldaat voor een ander:

Dan Ketting Olivier

Louis Dobbelman

Bob Dellemijn

Dan Ketting Olivier werd geboren in Soerabaja maar verhuisde op jonge leeftijd naar Nederland, waar hij later dienst nam bij het Korps Commando Troepen. In 1967 emigreerde hij naar de Verenigde Staten waar hij ook het leger in ging, en zo kwam hij bij de 173rd Airborne Brigade terecht. Ketting Olivier gaf zich op als vrijwilliger voor Vietnam en werd twee keer voor een jaar naar dat land uitgezonden. In de jungle van Vietnam viel Olivier op bij gevechtsacties en al snel kreeg hij de leiding over een kleine speciale commando-eenheid, waarmee hij op eigen houtje hinderlagen legde voor de Vietcong. Ketting Olivier werd met een hele rits medailles en onderscheidingen beloond en ging na Vietrnam bij de politie in Los Angeles werken waar hij bij een speciaal SWAT-team terecht kwam. Olivier leeft nog steeds in Los Angeles en is inmiddels bijna 70 jaar oud.

Dan Ketting Olivier

een Nederlandse commando in de jungle van Vietnam

Louis Dobbelman werd in 1837 geboren te Nijmegen en vertrok in 1860 als emigrant naar de Verenigde Staten. Op zoek naar werk raakte Dobbelman betrokken bij de Amerikaanse Burgeroorlog, toen hij zich aanmeldde als vrijwilliger bij een Noordelijk regiment. Hoewel Dobbelman dacht dat die oorlog hooguit een paar weken zou duren, vocht hij uiteindelijk drie lange jaren mee met de Yankees, waarbij hij zich onderscheidde door zijn moed en inzet, en waarbij hij razendsnel carierre maakte. Toen in 1865 de Burgeroorlog ten einde kwam, besloot Dobbelman weer terug te keren naar Nederland. Hij heeft het land waar hij ruim drie jaar zo hard voor vocht, nooit meer bezocht.

Louis Dobbelman

een Nederlander die meevocht met de Yankees

Honderden Nederlanders vochten tijdens de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) in Spanje mee in de zgn. Internationale Brigades tegen het oprukkende fascisme. Toch vochten er ook een aantal Nederlanders mee aan de andere kant, de kant van generaal Franco. Eén daarvan was de jonge Bob Dellemijn (18) uit Amsterdam. Als vroom katholiek voelde Dellemijn zich geroepen om het katholieke Spanje te helpen beschermen tegen het ‘oprukkende goddeloze Bolsjewisme’. Dellemijn vertelde zijn ouders dat hij op bedevaart naar Lourdes ging, en fietste vervolgens naar Spanje, waar hij zich aanmeldde bij het Spaanse Vreemdelingenlegioen. Amper een maand later, op 26 oktober 1936, kwam Dellemijn om bij hevige gevechten om het dorpje Alcubierre, in de buurt van Zaragosa. Dellemijn ligt begraven bij een reusachtig monument dat generaal Franco na de oorlog liet bouwen ter ere van de gevallenen tijdens de Spaanse Burgeroorlog.

Bob Dellemijn

Een piepjonge Nederlandse soldaat voor generaal Franco