(024) 324 36 53 info@qvuitgeverij.nl

Rende van de Kamp over granaatinslagen, mijnenvelden en sluwe spelletjes.

Door Pascal Vugts FHM, 2006.

U schrijft over Nederlandse huurlingen en avonturiers, maar u hebt zelf ook niet bepaald een alledaags leven achter de rug… 

Wat ben of was je precies?
Huurling, oftewel iemand die voor geld naar een ander land gaat om te vechten. Daar vallen Nederlandse militairen in principe ook onder.

Met wat voor motivatie kiezen mensen hiervoor?
Spanning. Sensatie. Zoals Kroatië: er gebeurde daar iets, er werden op zeer grote schaal dorpen met de grond gelijk gemaakt, er waren massamoorden en dan heb je iets van ‘Godverdomme, ik ga er heen om te helpen!’

Betaalt het een beetje?
Dat geld valt wel mee: in Kroatië kreeg ik honderd euro per maand terwijl ik kapitein was van een speciale eenheid. Als je het voor het geld doet dan kun je beter beroepsmilitair worden bij de landmacht. Of als privé soldaat naar Irak of Afghanistan wel – puur voor het geld. Dat heeft dan niks meer te maken met oude ideeën natuurlijk. Er is een oorlog en daar kan jij zoveel mogelijk geld uithalen.

Dat kan niet gewoon via de landmacht?
Om de waarheid te zeggen ben ik een anarchist. In het leger is er een of andere sukkel met een gecultiveerde snor die mij gaat vertellen wat ik de hele dag moet doen. Dat is leuk als je dienstplichtig bent, maar niet voor mij. Het leven in het leger is saai.

Is het een leuke baan?
Je bent een soort van piraat die idealistische dingen doet. De buitenlanders in de eenheden zijn ook zo divers. Zo was er in Kroatië een Corsicaan die eigenlijk onderaannemer was. Hij had een groot bedrijf en verdiende veel geld. Hij vond het zó verschrikkelijk wat hij elke dag op televisie zag, dat hij van zijn eigen geld hulpkonvooien heeft georganiseerd. Toen kwam hij terecht in de stad Vukovar en zag hij die ongelofelijke ellende dat hij zo kwaad werd dat ie naar huis is gegaan. De mensen die hij de ene dag voedde, werden de volgende dag neergeschoten! Hij kon er niet van slapen. Hij is teruggegaan, heeft een Kalashnikov gevraagd en is gaan meevechten.

Wat moet je zoal kunnen om voor het vak in aanmerking te komen?
Het gaat niet om de mensen die het kunnen, het gaat om de mensen die het doen. Je stapt gewoon op de trein of op het vliegtuig en meldt je aan.
In Libanon ben ik naar het noorden van Israël gegaan, naar het hoofdkantoor van Haddad. Na lang wachten ben ik naar het hoofdkwartiertje gelopen waar wat militairen zaten. Ik zwaaide de deur open, iedereen zat boos te kijken en ik zei: ‘Luister, ik ben gekomen voor Haddad, en als die niet kan komen dan ga ik weer weg!’. De kapitein liep weg en even later zwaaide er een deur open. Daar stond Haddad zelf: ‘Welcome in my army, welcome in my forces!’ en gaf me een hand.

Zo makkelijk gaat het vast niet altijd.
In Kroatië zijn we met de trein naar het front gegaan. Dat was riskant want we wisten niet wie daar de baas was: was het in Kroatische handen of in Servische handen? Alles was er kapot geschoten, huisraad lag op straat en overal uitgebrande auto’s. We komen een stel dronken gasten tegen in uniformen. Ze waren in de lucht aan het schieten. We hoopten dat het Kroaten waren. Ze wezen ons op een soort hoofdkwartiertje dat een eetzaal bleek te zijn, dus we hebben er eerst heerlijk gegeten. Eenmaal buiten kwam er een soort simpele geest op ons af – in Nederland heeft zo iemand speciale begeleiding nodig, in Kroatië kreeg hij een jeep. Met een eenvoudig ‘Croatia good!’ zijn we toen door de selectie heen gekomen.

Zijn er situaties geweest waarin je bang was dat je het niet zou redden?
In Kroatië was het op een gegeven moment geen avontuur meer. Daar heb ik midden in bombardementen gezeten, met voltreffers op mijn positie. Ik was machinegeweerschutter en dat geweer heeft een voltreffer van een 120mm granaat gekregen. Ik lag in een loopgraaf en mijn hart bonsde zo hard dat ik mijn hand erop hield omdat ik bang was dat ie eruit zou springen. Vervolgens hoorde ik iemand in het Nederlands schreeuwen: ‘Godverdomme wat doe je hier!’. Toen had ik wel even tijd nodig om te beseffen dat ik dat zelf was die dat riep. Die smerige loopgraaf waar je tot je knieën in wegzakte, dat lelijke nare landschap…

Kun je met twee vingers een konijntje villen?
Nee. In Kroatië had je aan het front wel boerderijen. Die mensen waren weg, maar er liepen nog wel allerlei loslopende beesten. Kippen, eenden…die gaf je een schop en dan had je ’s avonds weer een lekker kippetje. Er liepen ook veel honden. En je had mijnenvelden. Dan hoorde je weer een enorme klap en liep iedereen meteen naar de stellingen, tot bleek dat er weer een hond op een mijn was gestapt.

Wat voor taken voer je uit?
Ik heb patrouilles gedaan, ik ben instructeur geweest. Stellingen en loopgraven bewaken. Maar ik heb ook acties gedaan. Ik ben ook beschoten. Soms moest je hele wijken van een dorp zuiveren, dat heb ik ook gedaan. Ging je een huis in om te checken. Kraakt de vloer, dan weet je dat er iets onder zit en moet je zoeken hoe je daar komt. We hebben ook krijgsgevangen gemaakt. En dat is iets heel bijzonders: die mens is van jou op dat moment. Er zijn nare dingen gebeurd. Ik was commandant en heb persoonlijk twee krijgsgevangenen gemaakt. Voor mij was dat heel raar. Die mensen waren ontwapend en vanaf dan waren ze ballast. Uiteindelijk zijn ze naar achteren afgevoerd en bleek dat er daar nog een stuk of 30, 40 waren.

Kan het je schelen aan wiens kant je vecht?
Je kiest voor mensen die je mag, voor mensen die lef hebben. Dat was in Libanon ook zo. Het is heel triest want veel mensen die ik zo heb leren kennen zijn dood. En worden ze afgeschilderd als ‘moslimgevaar’. Onzin, want dat was helemaal niet zo. Het waren shia-moslims, jonge jongens die als je langskwam met de vrachtwagen ook gewoon vroegen of we pornoboekjes bij hadden.

Ken je grenzen in je werkzaamheden?
Ik was in Kroatië echt blij dat ik daar weg kon. De Serviërs wilden op een gegeven moment een wapenstilstand met de Kroaten, maar dat was om de moslims te kunnen aanvallen. Allerlei spelletjes gingen een rol spelen. Ook binnen Kroatische strijdkrachten, al die eenheden waren in een keer heel ongeorganiseerd. Er liepen allerlei politieke ideologen rond die hun eigen strijdmacht hadden. De Kroatische regering wilde baas zijn, en dat kan alleen maar als je de sterkste bent en de anderen uit de weg ruimt. Dus er werden bomaanslagen gepleegd op mensen die jij kent. Er werden mensen opgeblazen. Er werden patrouilles een hinderlaag in gestuurd, die werden zo weggeven aan de Serviërs. Of ze schoten een bus aan flarden waar dan ook weer andere Kroaten in zaten.

Heb je last van je geweten?
Je kunt bijna je handen niet schoonhouden. Niet alleen omdat je het zelf doet, maar ook omdat je er bij bent en omdat je mensen kent die er niet meer zijn. Ik had jongens met wie ik ’s avonds ging stappen in Zagreb, dat we samen achter de vrouwen aangingen, een stuk in onze kraag zopen en met onze rug tegen de muur stonden omdat er een stel mafkezen op ons afkwamen. Sommige daarvan zijn serieus hitman geworden, huurmoordenaars voor de Kroatische geheime dienst. Sommige zijn zelf doodgeschoten. Je komt alle extremen tegen.