(024) 324 36 53 info@qvuitgeverij.nl

Geen mannen,
maar duivels!

Rende van de Kamp

Rende van de Kamp is de schrijver van een aantal boeken over Nederlanders in vreemde krijgsdienst. Maar voordat Van de Kamp begon als schrijver was hij soldaat, vrijwilliger, huursoldaat en legionair.

Rende van de Kamp (1960) werd geboren in Amsterdam en groeide op met de verhalen van familieleden over de Tweede Wereldoorlog. Zijn grootvader Arie de Fouw was historicus en zijn vader amateurhistoricus. Van de Kamp raakte dus al heel jong geboeid door militaire geschiedenis.

Na zijn middelbare school werd Van de Kamp dienstplichtig militair bij de Huzaren van Boreel. Hij diende als tankschutter op een Leopard 1 in het Duitse Seedorf. Toen er vrijwilligers werden gevraagd voor het Nederlandse VN-detachement in Zuid-Libanon, was Van de Kamp een van de eersten die zich opgaf. In 1979 vertrok Van de Kamp met Dutchbatt naar Libanon in het kader van UNIFIL.

Begin 1980 kwam hij weer terug naar Nederland en zwaaide af. Het burgerleven beviel hem niet en hij verlangde terug naar het Midden-Oosten. Eind 1980 vertrok Van de Kamp opnieuw naar het gebied. Hij werkte maandenlang op een kibboets in Israël en reisde het land door. Medio 1981 meldde hij zich aan bij het hoofdkwartier van het Zuid-Libanese leger en stak de grens met Libanon over. Van de Kamp diende bij een sjiitische eenheid van het SLA (South Lebanon Army).

Na een paar maanden en een aantal avonturen reisde Van de Kamp via Israël naar Egypte, Ethiopië, Kenia, Oeganda en Rwanda. Bij terugkomst in Nederland verveelde hij zich opnieuw en besloot terug te gaan naar het SLA in Libanon. Deze keer diende hij in de plaats Maryayoun bij een Maronitische (christelijke) eenheid, waar ook een aantal andere buitenlandse vrijwilligers bij dienden.
Na terugkeer in Nederland meldde Van de Kamp zich opnieuw aan bij het Nederlandse leger en vertrok met de Multinational Force and Observers (MFO) naar de Sinaï-woestijn. In 1983 was Van de Kamp betrokken bij het organiseren van een staatsgreep of een invasie van Suriname vanuit Amsterdam. Uiteindelijk zouden de plannen op niets uitlopen en reisde Van de Kamp naar Frankrijk om zich aan te melden bij het Franse Vreemdelingenlegioen. Van de Kamp diende eerst vijf jaar bij de parachutisten van het Vreemdelingenlegioen op Corsica. Later was hij instructeur bij de opleiding van de rekruten in Castelnaudary.
Het geregelde leven van een instructeur werd Van de Kamp al snel te eentonig en in 1992 vertrok hij met een Britse onderofficier uit het Legioen en reisde naar Kroatië, waar hij zich eerst aanmeldde bij een militie aan het front en later diende als kapitein in de élite Bojna Zrinski. Van de Kamp was betrokken bij de gevechten in Oost-Slavonië en Herzegovina.

Na terugkomst in Nederland is Van de Kamp meer dan vijftien jaar portier geweest bij een nachtclub in Amsterdam. De laatste jaren werkte hij als toezichthouder in een grote jeugdorganisatie. In de tussentijd verzamelde hij boeken over Nederlanders in vreemde krijgsdienst. Die boeken hebben Van de Kamp geïnspireerd om zijn eigen verhalen op papier te zetten. Dat leidde tot drie eerder verschenen boeken: Onder vreemde vlag, Soldaat voor een ander (deel 1 & 2) bij Uitgeverij Aspekt.

Delen

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+Email this to someonePrint this page
De schrijver diende twee maal in de Centraalafrikaanse Republiek met de parachutisten van het Vreemdelingenlegioen. Hier een brief naar huis.
De parachutisten van het Vreemdelingenlegioen gingen destijds regelmatig voor vier maanden naar het Afrikaanse Djibouti. Daar werd niet stilgezeten. Tijdens oefeningen in achterhoedegevecht, waarbij ik telkens uit een vrachtauto moest springen met mijn machinegeweer, verdraaide ik mijn knie en moest een tijdje in het gips.
Legionairs-parachutisten in Djibouti. Van links naar rechts een Fransman, de schrijver en een Fin.
De parachutisten van het Vreemdelingenlegioen waren in Djibouti gelegerd in de plaats Arta. Hier komt de schrijver juist terug van een oefening afgesloten met een lange mars.
Tijdens een oefening in Djibouti.
In het Afrikaanse land Djibouti poseert de schrijver voor het paleis van de president. Van de Kamp diende drie maal vier maanden in dit land.
Na enige jaren bij de parachutisten van het Vreemdelingenlegioen werd ik geselecteerd om de onderofficiersopleiding te doen. Deel van deze opleiding was de Franse nationale commando-opleiding. Deze cursus werd gegeven in de Pyreneën en in Collioure.
Als kleine jongen speelde ik al graag soldaatje. Hier bij het huis van onze buren in Abcoude. Het was in het begin van de jaren zestig. Het buurmeisje is Patricia Hesp en de hond heette, dacht ik, Brandy. Niet zo verwonderlijk, want de familie Hesp had een slijterij in Amsterdam. Als helmen gebruikten we omgekeerde emmers.
Oud-legioensadjudant Piet de Wit reisde vele jaren na zijn tijd in het Legioen met een camper naar Marokko. Hij maakte daar prachtige foto’s van oude kazernes en buitenposten waar eens legionairs waren gelegerd. Het probleem bij deze foto’s was dat ze nooit gedateerd waren en niet van een exacte lokatieaanduiding waren voorzien.